Padvinderij: de Wilhelminagroep


131017 google maps, de locatie van het welpenclubhuis van de Wilhelminagroep (ster). De Adriaen van Ostadelaan af, onder het viaduct over de Kromme Rijn door, een klein stukje langs het jaagpad en dan rechts af door het grote speelveld.

Padvinderij, dat hoorde erbij. Althans in ons gezin. We hebben er allemaal op gezeten. Mijn vader en zijn broers waren voor de oorlog ook al met plezier lid geweest en dat gaf hij dus aan ons door. 

De club was de Wilhelminagroep (nog steeds springlevend en iniddels 76 jaar oud). Geen gewone padvinders (o ja, tegenwoordig heten ze 'scouts') maar zeeverkenners: ander, marine-achtig uniform, veel bootjes, zeilen, etc.

1963, clubhuis welpen aan de Kromme Rijn
Van dat watergebeuren was bij de welpen nog niet veel te merken. De oudere zeeverkenners hadden hun boten en clubhuis aan de andere kant van de stad (bij de Noordersluis naar het Amsterdam-Rijnkanaal in Hoograven). De welpen zaten in een oude barak bij ons in de buurt. 

Om er te komen moest je onder het viaduct van de Kromme Rijn door. Zonder schreeuwen ging dat niet: er stond zo'n lekker galmende echo daar! Aan de andere kant begon het jaagpad langs de rivier dat helemaal naar Rhijnauwen leidde. Een klein stukje naar rechts en je stond op een mooi braak liggend dijkje waar je in de verte het clubhuis al zag liggen. 


ca. 1958. Installatie tot welp van broer R.
De padvinderij was natuurlijk een bijzondere vorm van jeugdvermaak. Nogal hierarchisch, beetje militaristisch en zeker monarchistisch. Je leerde er van alles wat met het buitenleven en de natuur te maken had en wat je onder de knie kreeg leverde een 'insigne' op. De spelmiddag op zaterdag werd begonnen met het hijsen van de vlag waarbij we in de houding stonden, salueerden en een oude 'horderoep' afleverden:“Akela wij doen ons best. Djib djib djip djib, Wij dob dob dob dob,Woef!”.

Als je het zo opschrijft klinkt het nogal infantiel maar zo ervoer ik het als jongetje (ik was lid van mijn 8ste tot mijn 13e jaar) natuurlijk niet. Ik herinner me vooral dat het leuke, vaak spannende middagen waren. Je kwam lekker moe thuis, rozig van het buiten zijn. Soms was er een kamp van een paar dagen, soms een bijeenkomst met 'de groten' van de verkenners.

ca. 1960. oudste broer en 'bootsman' B.
Op je twaalfde stapte je over naar de zeeverkenners. Daar was alles heel anders. Niet alleen de leiding (de 'schipper' e.a.) had je te gehoorzamen, maar ook alle andere verkenners die 'boven je stonden' en eigenlijk alleen maar een beetje ouder waren. Ik had daarbij de pech dat ik erbij kwam toen net mijn oudste broer afscheid had genomen. Hij was geeindigd als 'bootsman', het hoogste dat je als jongere kon bereiken, en had een geduchte reputatie opgebouwd als streng en meedogenloos leider. Dus toen even later zijn kleine broertje bij de groep kwam waren er velen die dachten: "ah, op dat jochie zullen we ons eens fijn uitleven!". Zo kreeg ik de rotklusjes (ik herinner me weinig meer dan stalen boten schuren en teren) en was snel uitgekeken op de zeeverkennerij. 

Maar de welpen, daar denk ik met veel plezier aan terug!




ca. 1964. zeeverkenners en welpen samen. Te herkennen zijn mijn jongere broer M (1), de akela van de welpen (2), ik zelf, net bij de verkenners (3), de schipper (4) en mijn oude klasgenoot van de lagere school Peter H.(5) die het bij de zeeverkenners nog ver zou schoppen.










Geen opmerkingen:

Een reactie posten